Het verhaal
Een toren
waar je onderdoor loopt.
Iedereen die wel eens in de Groningse binnenstad is geweest, kent het Academiegebouw. Dat hoge, statige rode bakstenen gebouw aan de Broerstraat — onmogelijk te missen. Iedereen kent ook de toren erbovenop.
Maar wat bijna niemand weet: in die toren hangt iets dat zingt.
Wat is een carillon eigenlijk?
Een carillon is een muziekinstrument gemaakt van bronzen klokken. Het carillon in het Academiegebouw is een van de oudere die we in Nederland nog hebben. De klokken hangen vast in de toren, met hamers ertegenaan, en die hamers worden bediend via een houten toetsenbord (een "stokkenklavier") of via een geprogrammeerd mechanisme.
Wat dit specifieke carillon ongebruikelijk maakt, is dat de muziek wisselt. Bij veel torens hoor je decennialang dezelfde drie noten of dezelfde traditionele wijs. Hier kiest iemand er bewust voor om dat anders te doen — en die iemand is de beiaardier.
De man boven.
Hij heet Bob van der Linde. Hij is nu vier jaar beiaardier in de toren van het Academiegebouw, voor de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast bespeelt hij ook de Martinitoren in de stad. Hoe hij erin gerold is? "Min of meer per ongeluk," zegt hij. "Mijn eerste pianodocent was ook beiaardier van Zwolle. Via hem kwam ik er bij in aanraking, rond mijn twaalfde."
Een beiaardier is niet zomaar een muzikant. Het blijft fysiek werk: je gebruikt vuisten en voeten om de klokken aan het slingeren te krijgen. En anders dan op een piano — "zodra zo'n klok eenmaal gaat, is hij niet meer te stoppen. Vooral in de bas. Daarom kun je daar niet al te veel doen, anders wordt het één grote brij."
Het carillon van het Academiegebouw heeft 2,5 octaaf — een kleine versie. De Martinitoren, een paar honderd meter verderop, heeft er 4,5: bijna twee keer zoveel klokken, een "groot kruidenrekje", zoals Bob het noemt. Hier moet hij het juist met de essentie doen. Het melodietje. Geen kruiden. Wennen, zegt hij — "want je zit als je niet uitkijkt in je eigen vaarwater."
Wat speelt hij?
Dat hangt ervan af. "Een beetje van het seizoen. Als het Songfestival is, neem ik die map mee. Mooi weer? Wat lentenummers. Regent het? Een regen-liedje." En altijd een mix tussen klassiek en populair, "zodat er voor iedereen wel wat tussen zit."
Zijn favorieten zijn de liedjes ván of óver Groningen. Een nummer over het Noorderplantsoen blijft het hier goed doen — "omdat je voelt dat het echt voor deze stad is." En toen vorig jaar "15 Miljoen Mensen" weer trending werd, speelde hij dat op een dag dat de stad het kon gebruiken. "Af en toe een vredige boodschap de wereld in sturen. Daar haakte ik wel even op in."
Bob van der Linde
"Dat is de tragiek van het vak. Maar het leuke is — ik weet dat hier iemand zijn hond op dinsdag iets later uitlaat, omdat hij dan kan luisteren naar het carillon. Zelfs als het vreselijk waait, is er nog één iemand die luistert."
De stille keuze.
Het kleine wonder waar deze film over gaat zit hier: er zit altijd iemand achter dingen. Ook als je het niet ziet. Een stad wordt continu vormgegeven door beslissingen die niemand neemt voor de aandacht — de gevels van de huizen, de plek van de bankjes, en ja, ook het geluid dat over je heen rolt als je de Vismarkt oversteekt.
Bob krijgt mailtjes van buurtgenoten, van componisten uit het conservatorium, van collega's bij het secretariaat die er een spelletje van maken: wie raadt het eerst welk nummer het is. "Het zit in een cyclus van gewoontes," zegt hij. "Mensen zijn ingesteld. Als ik er een keer niet ben, krijg ik een appje: 'was je er niet?'"
Dat is wat de film probeert te laten zien. De keuze is stil, maar nooit leeg. De stad luistert mee — alleen niet altijd hardop.
Wat we doen.
In deze mini-documentaire klimmen we naar boven, met de camera, en we filmen ook beneden — op straat, tussen de fietsen en de stemmen. We willen niemand belachelijk maken. Niet de mensen die hun fietsbel als enige toon van de straat herkennen, en niet de beiaardier die zonder publiek werkt.
We willen alleen het contrast laten zien: de intentie aan de ene kant, de onbewuste stad aan de andere. Wat er ontstaat als je beide kanten van een grens tegelijk in beeld brengt.
Het is geen pleidooi om beter te luisteren. Het is een stille uitnodiging.