Het idee
Een toren
die je verrast —
als je oplet.
Het carillon van het Academiegebouw doet iets dat de meeste klokkentorens niet doen: het speelt complete melodieën. Geen simpele klokslag — echte muziek. Pop, hymnes, een Songfestival-nummer, een liedje over het Noorderplantsoen. En elke week kiest beiaardier Bob van der Linde wat erin gaat.
Bob noemt het "klinkend erfgoed". Een instrument van bijna 350 jaar oud, bespeeld in een routine die de stad nauwelijks opmerkt — en die de stad tóch mist als het stopt. Wij filmden hem boven, en de mensen beneden, en zochten naar het punt waarop die twee elkaar raken.
De beiaardier — in zijn eigen woorden
Bob
van der Linde.
Nu vier jaar in de toren bij de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast bespeelt hij ook de Martinitoren.
Begonnen rond zijn 12e
"Min of meer per ongeluk. Mijn eerste pianodocent was ook beiaardier van Zwolle — zo ben ik er ingerold."
Over de mensen die niet opletten
"Dat is de tragiek van het vak. Maar ik weet dat hier iemand zijn hond op dinsdag iets later uitlaat — omdat hij dan kan luisteren naar het carillon."
Over wat hij hoopt
"Ik hoop dat mensen net iets gelukkiger worden als ze het carillon horen. Een glimlach, een knipoog die ze snappen."
Over Songfestival-liedjes spelen
"Het is bloedserieus, maar ook heel grappig. Dat is wat dit vak voor mij zo leuk maakt."
Over wat het is
"Het is echt klinkend erfgoed. Mensen luisteren hier al vier-, vijfhonderd jaar naar deze klokken. Onbewust pak je dat gewoon mee."